De queeste naar vermogen

De eerste kilometers van de rit van vandaag gaan door bekend gebied: Gorinchem. Vele kilometers heb ik daar gefietst en vandaag fietste ik een gedeelte van de route die ik ook fietste als ik naar school ging. Overal waar ik keek, doemden herinneringen op. Herinneringen overladen met emoties.
Terwijl ik langzaam Gorinchem achter me laat en me richting de start van mijn queeste van vandaag begeef, worden de herinneringen ook minder, de emoties ook. Aangezien ik al meer dan een half jaar niet serieus meer op de racefiets heb gezeten en er vandaag wel een tocht van 100km op de rol staat, is het devies om geen energie te verspillen als het niet nodig is. Het zwaartepunt van de tocht is de 37km lange dijk tussen Vianen en Kinderdijk. Traditiegetrouw kies ik een dag vroeg in het jaar om deze route te fietsen. Er is maar één echte regel voor deze rit: de wind moet met minimaal 4Bft. uit het westen waaien, zodat deze dijk een fantastische queeste wordt; een queeste naar vermogen.

Vermogen heb je in verschillende soorten en maten. Fietsers kijken voornamelijk naar spiervermogen. Het is namelijk de rauwe kracht in de spieren die een voorwaartse beweging mogelijk maken. Vermogen omzetten naar een beweging, daar is waar het doorgaans om draait. Maar vandaag draait het niet om deze omzetting, vandaag draait het allemaal om een andere conversie. Het omzetten van “wil” naar “actie”, dat is waar de training van vandaag om draait. Vandaag moet een ankerpunt worden voor de rest van het seizoen. Als de benen later dit jaar even niet meer willen en ik me afvraag waar ik mee bezig ben, dan moet ik op vandaag kunnen terugzien. Het fundament voor doorzettingsvermogen wordt vandaag gelegd; althans, dat is de bedoeling.

Met de wind in de rug trap ik de laatste kilometers tussen Lexmond en Vianen weg. Het is aanlokkelijk om het tempo flink op te voeren, maar ik probeer me in te houden: nu energie verspillen zou zonde zijn.
Voordat ik Vianen binnen rij, spoel ik nog een hap banaan door met een flinke teug sportdrank en ik prent mezelf nogmaals in: “het moet vandaag pijn gaan doen, je moet het flink gaan voelen. Opgeven is geen optie.”

Na nog geen 2km op de dijk te hebben afgelegd, voel ik mijn linker bovenbeen al. Lekker dan… zit ik nu echt op te wachten… Terwijl ik tergend langzaam tegen de wind in fiets, beginnen nu al gedachten aan de terugtocht door m’n hoofd te spoken. Ik probeer deze gedachten te verdringen door me op m’n hartslag te concentreren. 172, 173 is een mooie puls; daar moet ik de frequentie voorlopig maar op zien te houden.
Zo af-en-toe draait de weg iets van de wind af en kan ik even op adem komen. Genietend van de omgeving vervolg ik mijn weg. De woest aanstormende golven op de ondergelopen weilanden geven iets surrealistisch aan het landschap, zijn een toonbeeld van de kracht van de wind waartegen ik me verzet. De dorpjes aan deze kant van de Lek ken ik wel van naam. “Lexmond, Sluis, Tienhoven, Ameide, Waal, Nieuwpoort”, allemaal dorpjes waar je zo doorheen gefietst bent. Om m’n gedachten wat te verzetten, probeer ik de namen van dorpen aan de andere kant van de Lek op te roepen. Verder dan Lopik en Schoonhoven kom ik niet; misschien moet bij een volgende tocht maar eens aan de overkant fietsen. Nieuwe gronden blootleggen.
Terwijl ik Nieuwpoort nader, sta ik mezelf toe om te bedenken dat ik de eerste helft van de queeste reeds achter de rug heb; dat is maar goed ook, want er begint nu toch echt van alles pijn te doen aan m’n lijf: schouders, nek, onderrug, zitvlak, bovenbenen, kuiten. Het wordt nu ook moeilijk om de hartslag hoog te houden. Ik zit meer onder de 170, dan erboven. Dat is logisch, als er geen sap meer in de spieren zit, lukt het ook niet om veel vermogen te leveren.
Nu ik Nieuwpoort achter me laat, begin ik er serieus over te denken om de rit flink in te korten. Ik kan zo de dijk verlaten en de terugtocht naar huis in te zetten. Deze gedachte klinkt aanlokkelijk. Nu ik erover nadenk is het toch ook idioot om na een half jaar zonder fietstraining een rit van 100km in deze omstandigheden af te werken. Met een flinke teug sportdrank verdrink ik deze gedachten en ik ga nog maar eens op de pedalen staan om de laatste 18km van deze dijk met een positief gevoel aan te vangen. Juist hierom ben ik deze rit begonnen. Door dit gevoel moet ik heen breken en van de puinhopen die overblijven moet een solide basis gesmeed worden. Ik moet het einde van de dijk halen, al is het op mijn knieën.
Tergend langzaam verlaat ik Groot-Ammers. Met de wind op kop en de afnemende krachten zakt het tempo vaak onder de 20km/uur. Ik probeer er niet op te letten, want het gaat niet om de snelheid zeg ik mezelf nog maar eens. Alles doet pijn, maar ik sluit me daar voor af. Eén ding is me wel duidelijk: ik moet me de komende tijd ook weer echt gaan richten op het opbouwen van spiervermogen. Ik tel de kilometers af en probeer om niet op de tijd te letten.
De laatste 5km leg ik in gedachtenloze toestand af, maar als ik oog-in-oog sta met de molens van Kinderdijk vult een warm gevoel mijn lijf. Ondanks de pijn en het tekort aan trainingskilometers heb ik mijn queeste volbracht. Meermaals heb ik het “point of no return” vooruit geschoven, meermaals ook heb ik vermogen om door te zetten verruimd.

De terugtocht behelst een slordige 30km., vooral met de wind schuin van achteren. Ik laat me dan ook heerlijk meevoeren op de wind. Iets minder dan een uur heb ik de tijd om het goede gevoel een plaats te geven, tot een herinnering te vormen die los staat van plaats en tijd. Een herinnering waarop ik kan terugvallen als ik later dit jaar de flanken van de Stelvio en de Mortirollo op fiets, of die van de Croix-de-Fer en Alpe d’Huez, of als ik weer eens het onzalige idee opdoe om een rit als deze te ondergaan…

Aan alle goede dingen…

… komt langzaam een eind. Zo ook aan het tijdperk van een omstreden en tegelijkertijd bejubeld icoon. Een boegbeeld in kabeltrui en ribbroek, stuurs kijkend over een iets te klein brilletje, sarcastisch, zoekend naar een evenwichtig perspectief om de waarheid iets meer naar zijn inzicht te laten overhellen.
Vaderlijk waakt hij over zijn protegxe9s die hij soms vilein, doch keihard, terugstuurt hun hok in – terwijl duizenden mensen het commentaar horen. Vaderlijk ook voor de topsporters die soms aan de andere kant van zijn bril stonden en vaderlijk ook voor de fiets-, schaats-, honkbal-, basketbal-, ja, sportlievend Nederland die soms ongewild aan z'n lippen hingen.
Arrogant, meesterlijk, ad hoc, spits, egocentrisch, gevat, doortastend, groots met woorden, magistraal met intonatie, maar bovenal een rustpunt in de soms woelige sportwereld. Als hij een zanger was geweest zou hij geroemd worden als "laid back"; licht leunend op het orkest… leunend z'n eigen kant op.

Er is maar xe9xe9n meester, maar xe9xe9n ware prof… zeker als je kijkt door zijn bril. Mart, ik zal genieten van de laatste reeks Avondetappes die je gaat maken… maar om te wennen aan een Tour zonder jou, zal ik dit jaar toch iets meer door m'n eigen bril gaan kijken.